Binnen het plangebied werd naar aanleiding van een omgevingsvergunning voor de realisatie van een nieuw onderzoekscentrum voor het Provinciaal Instituut voor Hygiëne gepland een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd.
Om inzicht te krijgen in de bodemopbouw werd eerst een landschappelijk bodemonderzoek uitgevoerd. Het terrein werd onderzocht door middel van 9 landschappelijke boringen. Op basis van de resultaten van het landschappelijk bodemonderzoek, bleek de kans op het aantreffen van nog goed bewaarde steentijd sites laag. Er werd binnen het plangebied een A-C-profiel vastgesteld.
Vervolgens werd overgegaan tot de uitvoering van een proefsleuvenonderzoek. Dit onderzoek leverde 53 sporen op, waarvan één paalspoor, 31 kuilen, drie ploegsporen, vijf greppels, zeven natuurlijke sporen en vijf verstoringen. De aanwezige sporen dateren in de nieuwe tot de nieuwste tijd, met de nadruk op de nieuwste tijd. Ze zijn te relateren aan agrarische activiteiten (glasteelt) en aan landindeling. Er werd één vondst gedaan. Het gaat om een fragment vaatwerk uit de nieuwe of nieuwste tijd.
Auteurs: Bruggeman, Jordi; Reyns, Natasja; Hertoghs, Sarah
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: All-Archeo bv; Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)