Het onderzoeksgebied situeert zich in het duinengebied langs de kustlijn in Koksijde. Verder onderzoek in de vorm van een werfbegeleiding werd hier aangeraden binnen de zone van de kelder. Omdat het toch een vrij grote oppervlakte betrof op vrij grote diepte, werd beslist het vlak in eerste instantie volledig te verlagen tot 1,5 m diep en vanaf daar twee proefsleuven aan te leggen. Het bodemarchief omvatte meerdere archeologisch relevante niveaus.
Een eerste niveau situeerde zich onmiddellijk onder de bouwvoor op ca. 50 cm diepte. Dit eerste vlak werd door middel van een proefsleuvenonderzoek reeds in kaart gebracht en gerapporteerd (https://id.erfgoed.net/waarnemingen/991809). Dit vlak was opgebouwd uit eolisch zand. Binnen dit pakket situeerden zich plaatselijk enkele stabilisatiehorizonten op variërende diepte. De stabilisatie heeft hier waarschijnlijk slechts kortstondig plaatsgevonden, waardoor er mogelijk onvoldoende tijd was voor effectieve menselijke bewoning.
Een tweede niveau situeerde zich op een diepte tussen +3,90 m TAW en +4,00 m TAW. Dit tweede vlak werd door middel van twee proefsleuven tijdens een werfbegeleiding in kaart gebracht. Dit vlak bestond uit een organisch en veenachtig loopniveau of stabilisatiehorizont met daaronder marien zand. Ook hier kon geen archeologische site worden vastgesteld.
Er werden geen sporen of vondsten aangetroffen.
Auteurs: Schynkel, Evelyn; Demerre, Ine; Vanoverbeke, Robrecht
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: BAAC Vlaanderen bvba