Uit het landschappelijk bodemonderzoek bleek dat de kans op het aantreffen van een steentijdsite gering was, waardoor geen verder steentijdonderzoek werd uitgevoerd.
Het proefsleuvenonderzoek bracht verschillende sporen aan het licht. Drie paalsporen konden op basis van hun vulling worden gedateerd in de 19de of 20ste eeuw. Daarnaast werden meerdere greppelsegmenten geregistreerd die vermoedelijk verband houden met afwaterings- en perceelsgreppels en zo de historische perceelsindeling weerspiegelen.
Verder werd een 117,5 meter lang tracé van een loopgraaf met afgeronde traversen herkend. Op basis van de typologie wordt deze in verband gebracht met de zuidoostelijke sector van de Antwerpse fortengordel uit de Eerste Wereldoorlog. In de loopgraaf werden een (kertets)kogel en een ongeïdentificeerd, gecorrodeerd ijzeren voorwerp aangetroffen.
Tot slot werden enkele kuilen geregistreerd die, op basis van hun vulling, geïnterpreteerd worden als relicten van granaattrechters, evenals een geïsoleerde kuil.
Auteurs: Mathys, Greet
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)