Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden in totaal 46 spoornummers uitgeschreven. De meeste sporen werden aangetroffen in het oosten van het terrein, ter hoogte van werkput 1 en in het westen, ter hoogte van werkput 5. Verspreid werden ook over de andere werkputten nog enkele sporen aangetroffen in clusters.
In werkputten 1, 2 en 3 werden verschillende greppelsegmenten aangetroffen. De oriëntatie van deze greppels is overwegend noord-zuid of noordwest-zuidoost. Enkel een spoor in werkput 3 heeft een afwijkende oost-west oriëntatie. Verder komen er enkele greppels voor die een bocht vormen. De breedte van de greppels varieerde tussen ca. 30 cm en 170 cm. De segmenten over de verschillende werkputten liggen echter niet in elkaars verlengde. Enkele sporen in werkput 1 leverden aardewerkfragmenten op bij de aanleg van het vlak. Dit betrof meerdere kleinere wand-
en randfragmenten grijs en rood aardewerk en een groter wandfragment dun grijs aardewerk. Verder komen deze greppels niet overeen met de perceelsgreppels te zien op historisch kaartmateriaal zoals de Atlas der Buurtwegen of de Popp-kaart, wat eveneens een andere datering en/of functie doet vermoeden.
Verspreid over de vijf werkputten werden kuilen aangetroffen met verschillende vorm (ovaal, langwerpig, cirkelvormig of (afgerond)vierkant) en diameter. In de vulling werden houtskoolinclusies en ijzerconcreties aangetroffen. In enkele paalkuilen werden kleine fragmenten rood-, grijs-en witbakkend, gedraaid aardewerk op dat in de volle middeleeuwen gesitueerd kan worden aangetroffen. Tevens leverde enkele andere sporen aardewerkfragmenten op, ditmaal kleine handgevormde scherven. Hierdoor kan voor deze laatste sporen een oudere datering verwacht worden.
De aardewerkfragmenten betreffen zowel wandfragmenten als rand- en bodemfragmenten. Ook werd er zowel wit-, rood- als grijsbakkend aardewerk aangetroffen. Het merendeel betreft gedraaid aardewerk. Enkele paalsporen leverden handgevormd aardewerk op. Bij het aanleggen van het vlak ter hoogte van een van de paalsporen in werkput 1 werd een fragment van een bodem op standring aangetroffen in Rijnlands roodbeschilderd aardewerk met een datering tussen ca. 900 en 1200 n.C. Een ander paalspoor leverde een kleine, handgevormde scherf op met organische magering. Verder zijn de aardewerkfragmenten te gefragmenteerd om een eenduidige functie of datering toe te schrijven, al kan voor het handgevormd aardewerk wel uitgegaan worden van een datering die voorafgaat aan de volle middeleeuwen.
Auteurs: Van Steenlandt, Margo; De Molenaer, Sebastien
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)