Het landschappelijk bodemonderzoek toonde aan dat de teelaarde voorafgaandelijk grotendeels afgegraven was (A/C-bodemopbouw op het hoger gelegen deel in het noordwesten). Uitsluitend in de natte depressie in het zuidoosten (bij de Zoubeek) bleven lokaal resten van een podzolbodem bewaard (Bhs- en Bs-horizont). De bewaringstoestand is onvoldoende voor goed bewaarde steentijdsite.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden in totaal 50 sporen geregistreerd: 12 paalsporen (afsluitingen), 16 kuilen, 2 ploegsporen, 13 greppelfragmenten en 7 recente verstoringen. De kuilen vertonen een brokkelige/gevlekte vulling en staan in verband met het rooien van bomen/ontbossing na het midden van de 19de eeuw. De greppels (breedte tot 5 m) en ploegsporen sluiten aan bij historische perceelsgrenzen op de Atlas der Buurtwegen (1841). Er werden geen mobiele vondsten aangetroffen.
Auteurs: Bruggeman, Jordi; Reyns, Natasja
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)