Bij het onderzoek werden 76 spoornummers uitgedeeld aan paalsporen, greppels, grachten en (rooi)kuilen waarvan de meerderheid vermoedelijk in de volle tot late middeleeuwen te dateren zijn. Mogelijk zijn de sporen echter ook in een oudere periode te dateren. Daarnaast werden nog enkele
grachten aangetroffen die te relateren zijn aan perceelsgrachten zoals te zien op enkele 19de-eeuwse kaarten. De sporen zijn verspreid over het hele plangebied, er kan niet van bepaalde concentraties gesproken worden. Naar analogie met de opgravingen ten westen en voornamelijk ten zuiden van het plangebied maken ze waarschijnlijk deel uit van één of meerdere erven uit de middeleeuwen en een systeem van rooikuilen.
Er werden 5 vondstnummers uitgedeeld aan het vondstmateriaal aangetroffen in de sporen. Het betreft uitsluitend aardewerk.
In het oostelijk deel van het terrein werden twee sporen aangetroffen die deel uitmaken van eenzelfde NW-ZO georiënteerde gracht. De gracht heeft een donkerbruingrijze vulling en een breedte van ca. 1,6m. Ook deze kon slechts over 2 sleuven gevolgd worden, mogelijk maakt ze een hoek tussen sleuven 3 en 4. Opvallend is dat deze parallel loopt met een gracht van het archeologisch onderzoek net ten zuiden van het projectgebied. Mogelijk maakten ze deel uit van eenzelfde erfindeling.
Twee sporen maken mogelijk deel uit van eenzelfde licht NO-ZW georiënteerde gracht. Ze heeft een breedte van ca. 2,5m en een donkerbruingrijze vulling.
Vier sporen maken deel uit van een licht NO-ZW georiënteerde perceelsgracht met een donkerbruingrijze vulling. De gracht kan gekoppeld worden aan een perceelsgracht op de Atlas der Buurtwegen (ca. 1840) maar kent mogelijk een oudere oorsprong.
In het uiterst noordelijk deel van het terrein bevinden zich meerdere greppels en grachten. Ze hebben allen een O-W oriëntatie en lopen vrij parallel met de Veldstraat. Ze hebben allen een donkerbruingrijze vulling, met uitzondering van één gracht welke een lichtgrijze vulling heeft.
Het aangetroffen aardewerk kan gedateerd worden van de volle tot late middeleeuwen en bestaat uit grijs aardewerk, rood aardewerk en rood geglazuurd aardewerk. In de greppels werd een wandfragment grijs aardewerk, 3 wandfragmenten grijs aardewerk, 1 wandfragment rood geglazuurd aardewerk, een bodemfragment in rood geglazuurd aardewerk en meerdere fragmenten van eenzelfde kan in rood aardewerk aangetroffen.
In het oostelijk deel van het plangebied werden vier sporen aangetroffen, deze maken deel uit van 2 evenwijdige licht NO-ZW georiënteerde greppels. Ze hebben een licht tot donkerbruingrijze vulling en een breedte van ca. 0,5m. Ze konden gevolgd worden over 2 sleuven, mogelijk maken ze een hoek waardoor ze niet meer aanwezig waren in de sleuven hiernaast.
In de noordoostelijke hoek van het plangebied werden meerdere greppels en grachten aangetroffen waarvan meerdere waarschijnlijk tot dezelfde greppels en grachten behoren. Ze hebben allen een donkerbruingrijze vulling en verschillende afmetingen.
Er werden ook nog enkele greppel of grachtsegmenten aangetroffen die slechts in 1 sleuf aanwezig waren.
Verspreid over het terrein werden meerdere omvangrijke kuilen aangetroffen. Ze hebben zowel ronde als ovale en rechthoekige vormen, de afmetingen variëren van 3m tot 1,5m. De kuilen hebben zowel een vrij homogene donkerbruingrijze vulling als een heterogeen gevlekte licht tot donkerbruingrijze vulling. Ze bevinden zich verspreid over het terrein, er kan niet echt gesproken worden van clusters.
Verspreid over het terrein werden enkele sporen aangetroffen die waarschijnlijk als paalspoor aangeduid kunnen worden. Door het ontbreken van vondstmateriaal kan aan de sporen slechts een onbepaalde datering toegeschreven worden.
Auteurs: Wyns, Gwendy; Bracke, Maarten; Acke, Bert
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)