Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden in totaal 63 sporen geregistreerd. Het merendeel van de archeologische sporen bevond zich in de zuidelijke zone van het plangebied. Hier werd een omvangrijke cluster van paalkuilen, kuilen en greppelsegmenten aangetroffen, die op basis van het gevonden handgevormde aardewerk waarschijnlijk in de metaaltijden gedateerd kan worden. Deze concentratie wijst mogelijk op de aanwezigheid van één of meerdere structuren. Daarnaast werden een depressie, een oud ploegspoor en verschillende recente verstoringen vastgesteld. In de noordelijke zone was de bodem sterk verstoord waardoor slechts enkele geïsoleerde sporen werden aangetroffen, zonder daterende vondsten.
In de zuidelijke zone werd een omvangrijke concentratie van archeologische sporen aangetroffen die op basis van de vondsten in de metaaltijden gedateerd kan worden. Het gaat voornamelijk om een grote cluster van paalkuilen met een lichtgrijze tot licht grijsbruine lemige zandvulling. Gelijkaardige sporen werden ook verspreid over de andere werkputten in deze zone vastgesteld. Naast paalkuilen werden hier eveneens kuilen en greppelsegmenten aangetroffen. De concentratie van sporen wijst mogelijk op de aanwezigheid van één of meerdere structuren, al is verder onderzoek noodzakelijk om dit te bevestigen. Daarnaast werd een opgevulde depressie onderzocht waarin verschillende fragmenten handgevormd aardewerk werden gevonden. Ook bij de aanleg van de werkputten en in verschillende sporen werden scherven handgevormd aardewerk met chamotteverschraling aangetroffen. Deze vondsten wijzen op een datering in de metaaltijden, waarbij de vondsten uit de depressie meer specifiek op de ijzertijd kunnen wijzen.
In de zuidelijke zone werd een oud ploegspoor aangetroffen. Dit spoor houdt verband met historische landbouwactiviteiten en kan vermoedelijk in de nieuwe of nieuwste tijd worden geplaatst.
In de noordelijke zone werden slechts enkele geïsoleerde archeologische sporen aangetroffen tussen talrijke recente verstoringen. Het betreft enkele greppelsegmenten en een mogelijke paalkuil. Omdat hier geen vondsten werden teruggevonden, kan voor deze sporen geen betrouwbare datering worden voorgesteld. Hun chronologische positie blijft daardoor voorlopig onduidelijk.
Auteurs: Debontridder, Tom
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)