Er werd een landschappelijk bodemonderzoek, een verkennend archeologisch booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd binnen het projectgebied. Het verkennend archeologisch booronderzoek leverde geen artefacten op.
Ondanks de overwegend gunstige bewaringstoestand en optimale bodemcondities is het archeologisch sporenbestand bijzonder schaars. Enkel een handvol greppelsegmenten en één kuil konden als antropogeen worden weerhouden. Deze sporen voorzien van een datering of in tijd te plaatsen was gezien een compleet gebrek aan diagnostisch vondstmateriaal niet mogelijk.
Het uiterst schaarse vondstmateriaal, bestaande uit handgevormd aardewerk in secundaire context, wijst algemeen op activiteiten uit de metaaltijden tot Romeinse periode die net buiten het onderzoeksareaal moeten hebben plaatsgevonden, maar vertoont geen directe relatie met de aangetroffen sporen.
Auteurs: Cornelis, Lina; Evaert, Rani
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: IOED Erfpunt; Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)