De aangetroffen sporen behoren tot een groter sitecomplex. Een van de twee herkende structuren loopt zo onder andere door in fase 1 (Werchter – Vossebergen). De sporen van de aanliggende opgraving werden eveneens eerder op de zuidelijke helft van het terrein aangetroffen. Een link met de volmiddeleeuwse site (Werchter – Hoge Weg) die op ca. 150m ten zuiden van het projectgebied werd onderzocht, is waarschijnlijk te leggen.
Op het projectgebied zelf waren echter ook grotendeels verstoorde zones aanwezig. Waarschijnlijk gaat het om restanten van diepploegen, gekend in de regio. Deze post-middeleeuwse landbouwactiviteiten zullen een deel van de (oudere) site verstoord hebben. Hierbij wordt door diep te spitten mineralen en nutriënten uit de ondergrond opgenomen in de bovenste bewerkingslaag (ploegvoor). Dit is o.a. te zien aan de restanten C-horizont die nog zichtbaar zijn in de ploeglaag en nog niet volledig werden opgenomen. Het is dus mogelijk dat de ondiepe sporen van de aangetroffen site niet meer bewaard zijn door het diepploegen van de regio. Dit kan betekenen dat enkel de diepere (paal)kuilen van eventuele structuren bewaard zijn waardoor zeer moeilijk gebouwplattegronden herkend kunnen worden. Het is dus mogelijk dat de nederzetting binnen de contouren van het projectgebied oorspronkelijk groter was.
In de natuurlijke depressies aanwezig binnen het terrein werd er mogelijk Romeins aardewerk aangetroffen dat zeer sterk verweerd was. Hoogstwaarschijnlijk kende het projectgebied in het verleden een glooiend landschap, waarna het werd genivelleerd. Doordat het terrein werd genivelleerd, werden de hoger gelegen zones afgetopt waardoor hier enkel nog de C-horizont aanwezig is en werden de diepere depressies opgevuld met organisch materiaal die nu nog zichtbaar zijn in de vorm van o.a. de zwarte veenlaag. Mogelijk gebeurde deze opvulling in de Romeinse periode waardoor het Romeins aardewerk in de vulling van de zwarte laag is terechtgekomen.
De archeologische resten wijzen op de aanwezigheid van een agrarische nederzetting. De C14-datering voor een van de structuren (990 tot 1050 n.C. met 95,4% zekerheid) en het samen voorkomen van Maaslands aardewerk met reducerend aardewerk en kogelpotwaar bevestigt het vermoeden dat de nederzetting in de volle middeleeuwen kan gedateerd worden.
Er werd ook laat/post middeleeuws aardewerk aangetroffen. Het Maaslands aardewerk dat in de volle middeleeuwen werd gedateerd, kan ook nog later in de late middeleeuwen voorkomen. In de zuidelijke helft van het onderzoeksgebied werden twee structuren en een waterput duidelijk onderscheiden samen met grachten en greppels die deze structuren en waterput gedeeltelijk doorsneden hebben. De laat- en post- middeleeuwse landbouwactiviteiten hebben het terrein (en dus ook de site) deels verstoord. Op basis van het laat/post middeleeuwse materiaal dat werd aangetroffen, kan gesteld worden dat het terrein mogelijk doorlopend in gebruik is gebleven in deze latere periode. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat er relatief weinig vondstmateriaal werd teruggevonden waardoor zulke conclusies moeilijk met zekerheid getrokken kunnen worden.
Auteurs: De Raymaeker, Annelies
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Studiebureau Archeologie