Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden voornamelijk sporen van recente tot sub-recente aard aangetroffen. Slechts op enkele locaties werd vondstmateriaal gevonden. In het noorden van het plangebied werd een kuil met handgevormd aardewerk en een natuursteenfragment uit de metaaltijden vastgesteld. In het zuiden werd een gracht aangetroffen met een fragment middeleeuws grijs aardewerk. De overige sporen bestaan hoofdzakelijk uit kuilen, greppels en grachten die verband houden met perceelsafbakeningen of waterhuishouding en waarvoor geen datering kon worden bepaald.
In het noordelijke deel van het plangebied werd een kuil aangetroffen die op basis van het vondstmateriaal in de metaaltijden kan worden geplaatst. Uit deze kuil werden negentien fragmenten handgevormd aardewerk en een natuursteenfragment gerecupereerd. Het natuursteenfragment betreft een lokale kalkzandsteen met bioclastische inclusies, maar vertoont geen sporen van menselijke bewerking waardoor een functie niet kon worden vastgesteld. In de onmiddellijke nabijheid van de kuil werd bovendien een vermoedelijke paalkuil vastgesteld. Ook enkele omliggende sporen lijken mogelijk met deze context samen te hangen, al is bijkomend onderzoek noodzakelijk om deze samenhang met zekerheid aan te tonen.
In het zuidelijke deel van het plangebied werd een gracht aangetroffen waarin een randfragment van middeleeuws grijs aardewerk werd gevonden. Deze vondst suggereert dat de gracht een middeleeuwse datering heeft. De gracht kan waarschijnlijk in verband worden gebracht met de waterhuishouding van de lager gelegen en nattere gronden binnen het onderzoeksgebied.
Het merendeel van de aangetroffen sporen kon niet nauwkeurig worden gedateerd en behoort vermoedelijk tot een recente of sub-recente fase. In verschillende werkputten werden kuilen, greppels en grachten vastgesteld die geen vondstmateriaal opleverden. Twee kuilen werden aangetroffen, waarvan één werd gecoupeerd zonder dat vondsten werden gerecupereerd. Daarnaast werden meerdere greppels vastgesteld die vermoedelijk verband houden met voormalige perceelsgrenzen. Ook werd een kuil geregistreerd die waarschijnlijk een natuurlijke depressie vertegenwoordigt die later werd opgevuld met afzettingsmateriaal. Verder kwamen enkele kuilen en grachten aan het licht die slechts beperkt bewaard waren en een geringe diepte hadden. In de omgeving van de middeleeuwse gracht werd bovendien nog een bijkomende greppel vastgesteld die geen daterend vondstmateriaal bevatte.
Auteurs: De Lust, Arne
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)