Binnen het plangebied werd naar aanleiding van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd.
Om inzicht te krijgen in de bodemopbouw werd eerst een landschappelijk bodemonderzoek uitgevoerd. Het terrein werd onderzocht door middel van 6 landschappelijke boringen. Op basis van de resultaten van het landschappelijk bodemonderzoek, bleek de kans op het aantreffen van nog goed bewaarde steentijd sites laag.
Vervolgens werd overgegaan tot de uitvoering van een proefsleuvenonderzoek. Dit onderzoek leverde 11 archeologisch relevante sporen op. Het gaat om kuilen, grachten en greppels die in volle middeleeuwen kunnen gedateerd worden. Een kuil met verbrande leem en klei, en de
vondst van een fragment van een metaalslak wijzen op een site met artisanaal karakter. De archeologische sporen werden voornamelijk aangetroffen in het centrale en noordwestelijke deel van het terrein. Ze bevonden zich op een kleine zandige verhevenheid en in de zone direct ten noordwesten daarvan. In het lager gelegen gedeelte was een oude cultuurlaag aanwezig, waaronder de archeologische sporen zichtbaar werden.
Auteurs: Fonteyn, Paulien; Bracke, Maarten; Hertoghs, Sarah; Acke, Bert
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Acke & Bracke bvba; Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)