Tijdens de opgraving werden vier greppels/grachten, 21 kuilen en een stakenrij met minstens 19 paaltjes geregistreerd. Deze sporen worden geïnterpreteerd als resten van perceelsafbakening, drainage en landgebruik binnen een rurale omgeving. Het beperkte vondstmateriaal bestaat voornamelijk uit handgevormd en gedraaid aardewerk, waaronder kogelpotaardewerk, grijs aardewerk en bouwkeramiek. Pollen- en macrorestenonderzoek wijzen op een open duinlandschap waarin tarwe en raapzaad werden geteeld en waar vee graasde. De greppels bevatten bovendien waterplanten, zoetwaterslakken, mestschimmels en parasieteneitjes, wat informatie oplevert over het landschap en het landgebruik. Gebouwplattegronden werden niet aangetroffen, maar worden in de nabije omgeving verwacht.
Naast de middeleeuwse resten werden ook recente verstoringen vastgesteld, waaronder stortkuilen, uitbraakkuilen, ploegsporen en andere ingrepen die verband houden met tuin- en bouwwerkzaamheden. Twee mogelijke waterputten bleken na onderzoek recente verstoringen te zijn. Het vondstmateriaal bestaat onder meer uit industrieel wit aardewerk, een kleipijpfragment, glas en metaal. Deze sporen illustreren de recente gebruiksgeschiedenis van het terrein maar hebben beperkte archeologische waarde.
Auteurs: Demerre, Ine; Van De Velde, Sander
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Ruben Willaert nv