Het landschappelijk bodemonderzoek (5 manuele boringen op) toonde een A-Bhs-C bodemprofiel opgebouwd uit dekzand en Weichseliaanse fluviatiele afzettingen.
Tijdens het daaropvolgende proefsleuvenonderzoek (3 proefsleuven, 2 kijkvensters en 1 dwarssleuf) werden in het zuiden van het terrein drie segmenten van eenzelfde NO-ZW georiënteerde subrecente afwateringsgreppel geregistreerd. Daarnaast werd één natuurlijke boomval aangetroffen. Er werden geen mobiele vondsten of behoudenswaardige archeologische sporen aangetroffen.
Auteurs: Van Caenegem, Rune; Van Nuffel, Jana
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)