Het landschappelijk bodemonderzoek wees uit dat het westelijke deel diep verstoord is door vroegere bebouwing (kunstmatige gronden, gekarteerd als 'OB' op de bodemkaart). In het oostelijke deel werd het archeologisch niveau in de eolische zandleem aangetroffen op een diepte tussen 55 cm en 85 cm -mv. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden in totaal 12 sporen geregistreerd. Na eliminatie van recente en natuurlijke verstoringen resteren 5 archeologisch relevante sporen: 4 gracht-/greppelwaarderingen (o.a. noord-zuid gracht die de oost-west greppel S1 oversneed) en 1 mogelijke ondiepe kuil. Er werden geen bewoningssporen, mobiele vondsten of natuurwetenschappelijke stalen aangetroffen.
Auteurs: Swaelens, Christine; Derweduwen, Natascha
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)