Tijdens het onderzoek bleek dat de ondergrond ter hoogte van het projectgebied sterk antropogeen is beïnvloed. Er zijn in alle sleuven en putten dikke ophogingspakketten aangetroffen. Mogelijk is dit het gevolg van de locatie van het terrein in de bredere Netevallei. De ophoging kan noodzakelijk geweest zijn in deze lager gelegen nattere zone. Ter hoogte van werkputten 8 en 9 was de bodem tot op grote diepte verstoord. Op basis van historische kaarten blijkt dat hier een, in de 19de eeuw aangelegde, aftakking van de Molennete liep. Deze werd eind 19de eeuw alweer gedempt.
In de sleuven en putten buiten werden voornamelijk recente verstoringen en puinkuilen aangetroffen. Ter hoogte van werkputten 2 en 6 waren muurresten aanwezig. De restanten in werkput 2 kunnen gelinkt worden aan een beerkeldertje met een eerder recente datering. Ook de muur (S4) in werkput 6 heeft een eerder recente datering.
In werkput 13 werd een muur aangetroffen op ca. 25 cm onder de huidige vloer. Deze wordt voorlopig gedateerd vanaf de 18de eeuw. Werkput 15 bevond zich ter hoogte van een oudere opgevulde kelder. De sporen zijn waarschijnlijk gelinkt aan de het minderbroederklooster of de 19de-eeuwse textiel- en wolfabriek.
Auteurs: Van Roy, Julie
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Studiebureau Archeologie