Binnen het plangebied werd naar aanleiding van een omgevingsvergunning voor de verkaveling van gronden een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd.
Om inzicht te krijgen in de bodemopbouw werd eerst een landschappelijk bodemonderzoek uitgevoerd. Het terrein werd onderzocht door middel van 23 landschappelijke boringen. Op basis van de resultaten van het landschappelijk bodemonderzoek, bleek de kans op het aantreffen van nog goed bewaarde steentijd sites laag.
Vervolgens werd overgegaan tot de uitvoering van een proefsleuvenonderzoek. Dit onderzoek leverde 151 sporen op. Het gaat om zes brandrestengraven, 37 paalsporen, 38 kuilen, 58 greppelfragmenten, twee bandensporen, vier natuurlijke sporen en zes verstoringen. De resultaten van het proefsleuvenonderzoek wijzen op de aanwezigheid van twee waardevolle archeologische vindplaatsen binnen het onderzoeksgebied. In het noordoosten van het terrein werden vermoedelijk resten van brandrestengraven uit de Romeinse periode aangetroffen. In het zuidoosten werden vermoedelijk sporen van een bewoningssite uit de metaaltijden vastgesteld.
Auteurs: Reyns, Natasja; Hertoghs, Sarah
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: All-Archeo bv; Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)