Het landschappelijk bodemonderzoek toonde een Zbm-bodem aan met een dikke antropogene humus A-horizont (Ap1 en Ap2) rechtstreeks op de C-horizont (of lokaal een Bir-relict), waardoor een intacte podzolbodem of bewaard steentijdlusniveau ontbreekt. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd een zeer lage sporendensiteit vastgesteld.
Er werd één geïsoleerd paalspoor geregistreerd met een meer diffuse, revolvertasvormige profielaflijning. Wegens het ontbreken van vondstmateriaal is een meer specifieke datering dan de periode vanaf de metaaltijden tot en met de (volle) middeleeuwen niet mogelijk.
Langs de straatkant werden drie scherp afgelijnde greppelsegmenten geregistreerd, die op basis van de spoorkenmerken in de 19de-20ste eeuw gedateerd worden. Daarnaast kwamen verspreid recente uitgravingen met huishoudelijk afval voor. Er werden geen mobiele vondsten ingezameld noch natuurwetenschappelijke stalen genomen.
Auteurs: Haenen, Laura; Van Liefferinge, Nick
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)