In de sleuven en kijkvensters werden in totaal 11 antropogene sporen en twee natuurlijke sporen aangetroffen. Het gaat hierbij omwille van onder meer een scherpe aflijning en de aanwezigheid van bouwpuin over (sub)recente kuilen en enkele (sub)recente grachten en drainagegreppels en een recente kelder. Eén greppel, met een lichtbruingrijze vulling en sterkere uitlogingsgraad dan de subrecente sporen, bevindt zich parallel aan de perceelsgreppels die op 18de- en 19de-eeuwse kaarten zijn weergegeven, en kan bijgevolg als afwateringsgreppel geïnterpreteerd worden.
Bron: VAN NUFFEL J. & BOT B. 2026: Nota proefsleuvenonderzoek Ruiselede (Wingene) - Tiletumstraat 62, Archeolink Rapporten, Adegem.
Auteurs: Bot, Bart; Van Nuffel, Jana
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)