Tijdens het archeologisch onderzoek werden twee sporen geregistreerd in sleuf 1. De oost-west georienteerde sleuf bevond zich centraal in het onderzoeksgebied, net ten zuiden van de verstoorde zone van de voormalige woning. De aangetroffen sporen betroffen één zeer grote gracht met twee opvullingslagen en een geheel van diverse sleuven die de opgevulde gracht doorsneden. Er werden ook twee vondsten aangetroffen.
Gracht 1 werd ook reeds tijdens de opgraving net ten zuiden geregistreerd en kon hier op basis van het aangetroffen vondstmateriaal uit de oudste lagen voorlopig gedateerd worden rond het einde van de 11de, begin 12de eeuw. De aangetroffen opvullingslagen, respectievelijk een donkerbruine zandleemlaag met spikkels houtskool, steenkool, baksteen, steen en leisteen; en een beige, bruine, groengeel gevlekte zandleemlaag met enkele spikkels houstkool, kwamen dan ook overeen met de jongere opvullingslagen, zoals aangetroffen tijdens de opgraving. Laag 2, de oudste opvullingslaag, kon op basis van een fragment roodbakkend aardewerk gedateerd worden na 1200. Laag 1 kon op basis van een fragment steengoed gedateerd worden na 1300. De gracht had een gemiddelde breedte van ca. 20 m en volgde duidelijk dezelfde oriëntatie als de gracht die ten zuiden werd aangetroffen.
De eerste aardewerkfragmenten afkomstig uit de jongste opvullingslaag van de gracht, betrof een schuin uitstaand randfragment met licht verdikte top uit roodbakkend aardewerk met loodglazuur te dateren na 1200 en een wandfragment uit steengoed met zoutglazuur, bruine engobe en de aanzet van een bandoor te dateren na 1300 maar vermoedelijk eerder in de postmiddeleeuwse periode.
Het tweede aardewerkfragmetn, aangetroffen in de oudere grachtvulling betrof een wandfragment roodbakkend aardewerk met loodglazuur te dateren na 1200.
Auteurs: Wesemael, Elke; Reygel, Patrick
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)