Onder de bestaande poterne (doorgang doorheen de Vaubanvesten) blijkt zich een overwelfde ruimte te bevinden, die voorheen niet gekend was. Het gaat om een lange bakstenen constructie met een plat tongewelf. De lengte van de overwelfde ruimte is identiek aan de lengte van de bovenliggende poterne (bijna 20 meter), maar de structuur is net wat smaller - 2,6 m ten opzichte van 2,9 m bij de bovenliggende poterne. De vrije hoogte bedraagt ongeveer anderhalve meter; de bodem bestaat uit een dik en kleiig slibpakket dat minstens één meter dik is (gecheckt met handboring). Er werden geen sporen aangetroffen van een vloer of verharding.
De overwelfde ruimte is toegankelijk via een opening aan de kopse zijde, aan de kant van de vestingswal. De opening was dichtgemaakt en kwam aan het licht bij graafwerken in functie van de plaatsing van verlichting. Verder zijn op minstens twee andere plaatsen in het plafond vierkante uitsparingen voorzien. Deze gaten meten ca. 60 op 60 cm.
Aan stadszijde bleek de ruimte over een afstand van ongeveer 4 meter opvallend smaller dan de rest van de constructie (een insprong van 50 cm aan beide zijden). Aan de kant van de vestinggracht is er een soort smalle gang gebouwd (1m breed) die verbonden is met de constructie. Het gat langs waar de ruimte toegankelijk is, bevindt zich op de aansluiting van de smalle gang op de grotere overwelfde ruimte.
Op de wanden van de constructie is duidelijk te zien dat de ruimte vaak bijna volledig gevuld is met water. Dat hoeft niet te verwonderen, want de constructie ligt grotendeels onder het niveau van de aanpalende vestinggracht.
Interpretatie:
De constructie werd samen met de poterne gebouwd en is te koppelen aan de bouwactiviteiten van de Franse vestingbouwkundige Vauban, op het einde van de 17de eeuw. Het gaat duidelijk om een constructie die met water gerelateerd is: voor een kazemat is de constructie te klein en te licht, maar vooral ligt ze te diep. Het kan in theorie gaan om een soort citerne voor de opvang van hemelwater, maar er is geen toevoer aanwezig. Het lijkt daarom waarschijnlijker dat dit een soort overwelfde gracht of watergang is die ervoor moest zorgen dat het overtollige water uit de stad naar de vestingsgracht kon afgevoerd worden. Uit historische bronnen is gekend dat het belendende stadsdeel erg waterziek was, en de aanleg van brede aarden wallen zal de afvoer van water alleen maar bemoeilijkt hebben. Op de smalle doorsteek aan de zijde van de vestinggracht zou in dit geval vermoedelijk een schot of sluis staan om het debiet te regelen.
(met dank aan Johan Termote)
Auteurs: De Decker, Sam
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)