De resultaten tonen een gefaseerde ontwikkeling van het onderzochte perceel.
De oudste sporen bestaan uit sterk uitgeloogde greppels of grachten, die op basis van Romeins aardewerk en een radiokoolstofdatering tussen 250 en 430 n. Chr. in de laat-Romeinse periode worden geplaatst. Hun functie blijft onzeker, maar ze wijzen op een oudere inrichting of afbakening van het terrein.
Vanaf de 12de-13de eeuw werd de zone opnieuw ingericht met een meerfasig grachtencomplex, grotendeels parallel aan de huidige Despauteerstraat. De grachten kunnen daarbij niet alleen als drainagegrachten worden geïnterpreteerd, maar vermoedelijk ook als begrenzing van een toen nog onverhard wegtracé. Het aardewerk situeert deze grachten hoofdzakelijk tussen 1150 en 1300. Een radiokoolstofdatering uit C. I-28 wordt als intrusief beschouwd, omdat ze niet overeenstemt met de stratigrafische en de studie van het aardewerk.
Na de demping van dit grachtencomplex werd het terrein in de 13de-14de eeuw als woon- of erfzone gebruikt. Deze fase wordt vertegenwoordigd door kuilen en paalsporen die in de oudere grachtvullingen zijn uitgegraven. Volledige gebouwplattegronden of duidelijke activiteitenzones konden door de beperkte omvang van de werkput niet worden herkend. De combinatie van paalsporen, houtskoolrijke lagen en verbrande leem wijst echter op bebouwing in vakwerk. De oudste bewoning past binnen de verdere verdichting van Ninove in de 13de en 14de eeuw en kan voorzichtig worden verbonden met de historische ontwikkeling van de zone tussen de Graanmarkt, de Koepoortstraat en de omgeving van de Koudenberg.
In de 14de eeuw werd het terrein opgehoogd en genivelleerd. De ophogings- en stabilisatiepakketten bevatten veel houtskool, verbrande leem, baksteen- en tegelbrokjes en worden geïnterpreteerd als brandafval, mogelijk afkomstig van een woningbrand. Het aardewerk dateert deze fase in de 14de eeuw.
De postmiddeleeuwse fase is vooral bewaard in de westelijke helft van de werkput en bestaat uit bakstenen kelders, een trapconstructie, uitbraaksporen en een beerput. Deze resten tonen aan dat de bebouwing in deze periode opnieuw dichter tegen de huidige straat aan lag en dat de bouwtechniek evolueerde naar baksteenbouw.
Ondanks de beperkte omvang van de werkput verfijnt de site het beeld van de middeleeuwse en postmiddeleeuwse ontwikkeling van dit deel van Ninove en toont ze de mogelijkheden van gericht archeologisch onderzoek in deze zone.
Auteurs: De Maeyer, Wouter; Savels, Louise
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: SOLVA