Het landschappelijk bodemonderzoek toonde een opbouw aan met dikke antropogene toplagen (Ap-horizonten tot 0,76-1,14 m dik op een bolle akker) direct op een postpodzol (Ap-B(h)s-C) of verstoord C-niveau op matig droog lemig zand (Sbm(g)). Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden 16 antropogene sporen geregistreerd, waaronder drie parallel aan de perceelsgrenzen gelegen afwateringsgreppels (één met postpodzolvulling) uit de nieuwe tijd en (sub)recente zandwinningskuilen en verstoringen uit de nieuwste tijd, gerelateerd aan voormalige bebouwing. Er werden geen mobiele vondsten gedaan noch stalen genomen.
Auteurs: Malfliet, Lisa; Van Nuffel, Jana
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)