Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden 42 sporen geregistreerd, waarvan 29 als archeologisch relevant werden beschouwd. Het gaat om 20 paalsporen, zeven greppel- of grachtsegmenten en twee kuilen.
De aangetroffen sporen wijzen op bewoning tijdens de Romeinse periode. Vooral in het oostelijke deel van het onderzoeksgebied werd een concentratie paalsporen vastgesteld die vermoedelijk deel uitmaakt van een gebouwplattegrond in houtbouw. Mogelijk gaat het om een gebouw van het type IB7, met drie middenstaanders. Een bijkomende middenstaander wordt net ten westen van de onderzochte werkput vermoed. Kleinere paalsporen in de onmiddellijke omgeving kunnen afkomstig zijn van wandpalen of verstevigingen van dezelfde constructie. Uit een van de paalsporen werd een fragment verbrand grijs aardewerk met een micahoudend baksel gerecupereerd, vermoedelijk eveneens uit de Romeinse periode.
Verspreid over het onderzoeksgebied werden daarnaast zeven greppel- of grachtsegmenten aangetroffen, die voornamelijk als afbakeningsgreppels worden geïnterpreteerd. Uit een van deze greppels werden twee fragmenten Romeins aardewerk gerecupereerd.
Verder werden twee kuilen met een donkergrijze tot bijna zwarte vulling geregistreerd. Hierin werden onder meer Romeins aardewerk en een glasfragment aangetroffen.
Het vondstmateriaal bestaat voornamelijk uit Romeins gedraaid aardewerk, waaronder grijs aardewerk, zeepwaar, terra nigra en fragmenten van een dolium. Daarnaast werd een klein fragment vermoedelijk decoratief glas aangetroffen, waarvan de oorspronkelijke vorm niet kon worden bepaald.
De sporen en vondsten wijzen op de aanwezigheid van een Romeinse nederzetting met minstens één gebouw in houtbouw en bijbehorende greppelstructuren.
Auteurs: Vergauwe, Ruben; Derweduwen, Natascha
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)