Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden verspreid over vier zones in totaal 59 sporen geregistreerd. Het gaat voornamelijk om grachten, greppels, kuilen, paalsporen en muurrestanten, waarvan een deel in de Romeinse periode, de late middeleeuwen en de nieuwe tijd kan worden gedateerd.
Uit de Romeinse periode dateren een NNW-ZZO-georiënteerde gracht en minstens vier kuilen. De gracht bevatte fragmenten Romeins aardewerk en bouwmateriaal. De kuilen hadden overwegend donkergrijsbruine vullingen met houtskool en bouwmateriaal. Eén kuil bevatte onder meer fragmenten van tegulae en aardewerk, op basis waarvan een datering tussen 50 en 250 n.Chr. wordt voorgesteld.
Daarnaast werden twee greppels aangetroffen met zowel Romeins als middeleeuws vondstmateriaal. Een grote kuil bevatte eveneens aardewerk uit beide perioden, waaronder laatmiddeleeuws materiaal uit de 13de tot 15de eeuw, en mogelijk een fragment van een wetsteen.
Verschillende kuilen kunnen op basis van het aangetroffen aardewerk in de late middeleeuwen worden gedateerd. Andere kuilen in dezelfde zone leverden geen dateerbaar materiaal op. Eén kuil bevatte een aanzienlijke hoeveelheid dierlijk botmateriaal.
Uit de postmiddeleeuwse periode dateert een O-ZW-georiënteerde gracht of greppel, waarin aardewerk werd aangetroffen. Deze doorsnijdt verschillende grotere kuilen met overwegend lichtgrijze vullingen en inclusies van houtskool en mangaan. De kuilen konden niet afzonderlijk worden gedateerd, maar zijn op basis van hun stratigrafische positie ouder dan de greppel.
Daarnaast werden verschillende kuilen en paalsporen zonder dateerbaar vondstmateriaal geregistreerd. Enkele paalsporen behoren mogelijk tot eenzelfde structuur. Een deel van de kuilen vertoont onderlinge oversnijdingen; minstens één kuil is vermoedelijk recent.
Op twee locaties werden muurrestanten aangetroffen, opgebouwd uit onregelmatige brokken Doornikse kalksteen. Eén muurfragment heeft een NO-ZW-oriëntatie. Hoewel dateerbaar vondstmateriaal ontbreekt, vertonen deze muren overeenkomsten met Romeinse gebouwresten aan de overzijde van de Schelde. Een Romeinse datering is bijgevolg mogelijk, maar niet aangetoond.
Auteurs: Verbrugge, Arne; Meesen, Laure; Stevens, Marlies
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)