Het booronderzoek toonde eolische afzettingen met een lokaal bewaarde paleobodem, maar leverde geen steentijdindicatoren op.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden 105 archeologische sporen gedocumenteerd. De sporen behoren tot een laatmiddeleeuwse nederzetting (14de-15de eeuw) met een grachtensysteem (erfafbakening en perceelsindeling), talrijke afvalkuilen, paalsporen, een diepe waterkuil en een structuur met verbrande leem/klei (eïnterpreteerd als oven of haard). De vullingen bevatten een ruime hoeveelheid keramiek (bv. fragmenten van grijsbakkend aardewerk, o.a. grape en kom) en bouwmateriaal (daktegels).
Enkele losse grachten (o.a. in het zuiden) en vergravingen dateren uit de nieuwe tot nieuwste tijd (18de-19de eeuw).
Auteurs: Vergauwe, Ruben; Derweduwen, Natascha
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beschrijving:
Sporenensemble behorende tot een laatmiddeleeuwse nederzetting (14de-15de eeuw), bestaande uit een uitgebreid grachtensysteem (erfafbakening en perceelsindeling), talrijke afvalkuilen, paalsporen, een diepe waterkuil en een structuur met verbrande leem en klei (geïnterpreteerd als oven/haard). De vullingen bevatten een rijke hoeveelheid gedraaid vaatwerk (o.a. grijsbakkende grape en kom, roodbakkende pan en kan, olielamp) en bouwkeramiek (daktegels en laatmiddeleeuwse baksteen).