In het projectgebied werd eerst een landschappelijk booronderzoek uitgevoerd, gevolgd door een een proefsleuvenonderzoek. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd in het zuidoostelijke deel van de onderzoekszone één archeologisch relevant spoor aangesneden. Het gaat om een houtskoolmeiler. Dit spoor werd verder onderzocht.
De meiler tekende zich in het vlak af als een rechthoekig spoor (ca. 1,7m bij 1,0m) met een noordoost-zuidwest oriëntatie. De meiler had een houtskoolrijke vulling. Verder natuurwetenschappelijk onderzoek bestond uit een anthracologisch onderzoek en een 14C-datering op een geschikt staal. Het anthracologisch onderzoek gaf een vertrouwd beeld van de houtskoolsamenstelling van de houtskoolmeiler. Er werd immers louter eikenhout, afkomstig van de stam, aangetroffen in het spoor. Dit weerspiegelt een doelbewuste selectie op basis van de gunstige brandeigenschappen van eik. Eik levert namelijk een dichte, hardhouten houtskool die langzaam brandt maar wel veel warmte afgeeft. De 14C-datering geeft aan dat het spoor dateert uit de vroeg-Romeinse tijd tot de eerste helft van de midden Romeinse tijd, meer bepaald tussen 42 v.Chr. en 128 n.Chr. (95,4% waarschijnlijkheid). Hierbij dient wel rekening gehouden te worden met de mogelijke impact van het oud-hout effect.
Auteurs: Wyns, Gwendy; Fonteyn, Paulien; Bracke, Maarten; Acke, Bert
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)