Proefsleuvenonderzoek in het projectgebied toonde aan dat, met uitzondering van een geïsoleerd Romeins brandrestengraf en een vermoedelijk natuurlijk spoor, geen andere archeologische sporen aanwezig zijn binnen de tijdens fase 1 onderzochte zone. Het brandrestengraf werd bemonsterd en verder onderzocht.
Het houtskoolrijke spoor tekende zich in het vlak af als een min of meer vierkante verkleuring van ca. 55 x 55 cm met een scherpe begrenzing.
In totaal werden 10 gedraaide aardewerkfragmenten met een reducerend baksel dat gemagerd werd met fijne zandinclusies aangetroffen in de vulling. Het gaat om 7 wandfragmenten en 3 fragmenten met een aanzet van een vlakke bodem die licht gemarkeerd wordt door een fijne groef net boven de bodemschijf. De bodemschijf had een diameter van ca. 8cm. De fragmenten waren relatief dunwandig (ca. 4mm tot ca. 8mm ter hoogte van de overgang naar de bodem) en behoren wellicht tot eenzelfde individu.
Het natuurwetenschappelijk onderzoek toonde aan dat het brandrestengraf dateert uit de vroeg-Romeinse tijd tot het begin van de midden-Romeinse tijd, meer bepaald tussen 42 v.Chr. tot 116 n.Chr. (95,4% waarschijnlijkheid). Hierbij dient echter rekening gehouden te worden met de mogelijke impact van een oud-hout effect. Het brandrestengraf bevatte voornamelijk eiken- en sleedoornhout, aangevuld met enkele fragmenten beukenhout. Alle fragmenten waren afkomstig van de stam. Het hout werd vermoedelijk lokaal verzameld en enigszins geselecteerd op basis van de gunstige brandeigenschappen. Sleedoornhout valt echter wel moeilijker tot brandhout te verwerken. Mogelijk speelde de overvloedige aanwezigheid, naast de gunstige brandeigenschappen, mee bij de keuze voor sleedoorn. Het fysisch antropologisch onderzoek gaf aan dat het botmateriaal afkomstig was van een volwassen individu (+20 jaar oud). Het was matig gefragmenteerd en goed verbrand bij temperaturen tussen 650°C en meer dan 800°C. Vanwege de beperkte hoeveelheid materiaal en de fragmentatie konden geen geslachtskenmerken, ziekteverschijnselen of indicaties voor de lichaamslengte vastgesteld. Er werden ook geen sporen voor bijgiften aangetroffen.
Auteurs: Wyns, Gwendy; Fonteyn, Paulien; Bracke, Maarten; Acke, Bert
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)