Het landschappelijk bodemonderzoek (12 manuele boringen) toonde een relatief laaggelegen natte bodemcontext met matige bodembewaring (Ap-C en Ap-AC-C profielen; enkel in het noorden plaatselijk een Bt-horizont).
Tijdens het proefsleuvenonderzoek (4 proefsleuven en 1 dwarssleuf) werden op het archeologisch niveau (ca. 0,40-0,60 m -mv / +10 tot +10,8 m TAW) uitsluitend twee recente ronde sporen en diverse ploegsporen gedocumenteerd. Er werden geen mobiele vondsten ingezameld noch natuurwetenschappelijke stalen genomen.
Auteurs: Hazen, Peter
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)