waarneming

Gistelse Steenweg 590-596

archeologisch element
ID
997184
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/997184

Beschrijving

Algemeen

Voor de bouw van meer- en eensgezinswoningen werd na een bureauonderzoek, een landschappelijk bodemonderzoek en een onderzoek door middel van proefsleuven een oppervlakte van iets minder dan 7000 m2 vlakdekkend onderzocht. In totaal werden 505 sporen geregistreerd, waarvan 24 sporen natuurlijk van aard bleken. De oudste sporen betreffen een vermoedelijk bronstijdgraf met kringgreppel. Uit de Romeinse tijd werden de resten van een landelijke nederzetting opgegraven, met vier hoofdgebouwen, twee spiekers, een waterkuil of drenkpoel, potstallen en een aantal greppels van enclosures. Deze bewoning dateert hoofdzakelijk uit de 1ste en de vroege 2de eeuw n. Chr. en kende meerdere fasen. Sporen uit de late middeleeuwen staan in verband met percellering, landbouw en een wegtracé (kerkwegel). Enkele bakstenen structuren dateren uit de nieuwste tijden.

Bronstijd

In het zuidoosten van het onderzoeksgebied werd een kringgreppel aangetroffen (S53). Deze had een buitendiameter van circa 21 m, is ongeveer 215 cm breed en vertoonde in doorsnede een V-vormig profiel. De greppel kan waarschijnlijk worden geïnterpreteerd als grafmonument, hoewel geen centrale begraving of overtuigende crematieresten werden aangetroffen. Op de bovenste vullingslaag werd een pollenanalyse uitgevoerd. Vermoedelijk was het gebied dat aansloot op de grafstructuur open, met heide, gras en andere kruiden. Verder bestaat het pollenspectrum vooral uit bomen en struiken en in mindere mate ook uit kruiden.

Romeinse tijd

Binnen het onderzoeksgebied zijn er zes gebouwplattegronden uit de Romeinse tijd geïdentificeerd. De bewoningssporen uit deze periode zijn te plaatsen in de 1ste eeuw en minstens een deel van de 2de eeuw. In het noordoosten gaat het om een tweebeukig woonstalhuis (STR1) met potstal en een negenpostenspijker (STR2). Gebouw STR1 behoort typologisch tot het type I in de typologie van Declercq en dateert, op basis van typologie en 14C-onderzoek, waarschijnlijk uit de tweede helft van de 1ste tot de eerste helft van de 2de eeuw n. Chr. Beide gebouwen maakten deel uit van een erf, dat werd afgebakend door een greppel (S26) en verder werd gekenmerkt door een waterkuil of drenkpoel.

In het zuidwesten werden eveneens twee gebouwen aangetroffen, waaronder een tweeschepig gebouw met krachtenverdeling op de nokstaanderrij (STR3). Een gebouwtype I in de typologie van Declercq. De tweede gebouwplattegrond (STR4) is slechts gedeeltelijk opgegraven omdat het zich aan de zuidwestzijde buiten het onderzoeksgebied uitstrekt. In het oosten was een potstal aanwezig en aan de lange zijden zijn afwateringsgreppels vastgesteld. Dit woonstalgebouw STR4 is een éénschepig gebouw met kruisvormig verspreide krachtenverdeling, het door Declercq gedefinieerde type II. De laatste twee gebouwplattegronden zijn nog wat verder naar het zuidoosten toe vastgesteld (STR5 en STR6). Bij plattegrond STR5 gaat het minstens om een zespostenspieker. De tweede structuur (STR6), is mogelijk een tweeschepig gebouw, waarvan de middenstaanders bewaard gebleven zijn, maar dat kon niet met zekerheid vastgesteld worden. Verder konden in het onderzoeksgebied ook ploeg- en spitsporen geregistreerd worden. Een noordwest-zuidoost georiënteerde greppel die over de volledige lengte van de opgravingszone gevolgd kon worden, kan beschouwd worden als deel van een enclosure.

Middeleeuwen

In het zuidoosten van het terrein werd een systeem van parallel aan elkaar gelegen, oostnoordoost-westzuidwest georiënteerde greppels met een donkere zwartgrijze vulling vastgesteld. Er kan qua interpretatie gedacht worden aan een systeem van beddenbouw, maar andere interpretaties zoals winningskuilen zijn ook mogelijk. Een datering vanaf de middeleeuwen wordt vermoed, maar een oudere datering is niet uitgesloten.

Centraal in het onderzoeksgebied bevonden zich verschillende elkaar oversnijdende greppels . Het lijkt hierbij te gaan om perceelsgreppels. De schaarse vondsten uit de vullingen gaan terug tot in de volle middeleeuwen. De greppels gaan daarom mogelijk initieel al terug tot de volle middeleeuwen. Vermoedelijk zijn de meeste fasen echter te dateren in de late middeleeuwen en de jongste lopen mogelijk nog door tot in de nieuwe tijd.

Nieuwste tijd

In het zuidoosten werd een ronde bakstenen structuur vastgesteld (diameter ca. 3,50 m), met kops geplaatste bakstenen en een grijze kalkmortel aangetroffen. Wellicht gaat het om een cisterne die in verband staat met de bloemenhandel die op het terrein gevestigd was. Verder werd ook een klein vierkant bakstenen bakje aangetroffen, waarvan de functie niet duidelijk is.

Auteurs: Bruggeman, Jordi; Moens, Jan
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: All-Archeo bv

Bronstijd

Datering: bronstijd
Typologie: grafheuvels, kringgreppels
Materiaal: pollen
Thema: Prehistorische grafheuvelcomplexen en urnenvelden
Gebeurtenis:

Middeleeuwen

Datering: late middeleeuwen, volle middeleeuwen
Typologie: aardewegen, karrensporen, perceelsgreppels
Materiaal: gewoon grijs aardewerk, natuursteen, pijpaarde, Rijnlands roodbeschilderd aardewerk
Gebeurtenis:

Nieuwste tijd

Datering: 20ste eeuw
Typologie: afvalkuilen, kuilen, serres, vijvers
Materiaal: glas, ijzer, leisteen, rood aardewerk
Gebeurtenis:

Romeinse tijd

Datering: Midden-Romeinse tijd, Vroeg-Romeinse tijd
Typologie: bijgebouwen, gebouwplattegronden, greppels, kuilen, nederzettingen, paalkuilen, paalsporen, potstallen, waterkuilen, woonstalhuizen (archeologisch erfgoed)
Materiaal: gewoon grijs aardewerk, gewoon rood aardewerk, ijzer, lood, metaalslak, natuursteen, pollen, terra sigillata
Gebeurtenis:

Je kan deze pagina citeren als: INVENTARIS ONROEREND ERFGOED 2026: Gistelse Steenweg 590-596 [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/997184 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.