Tijdens het vooronderzoek met ingreep in de bodem ter hoogte van de Deurnestraat en Rode Leeuwlaan te Mortsel, werden archeologisch waardevolle antropogene sporen aangetroffen. Deze kunnen mogelijk gelinkt worden aan de sporen aangetroffen tijdens de opgraving aan de Roderveldlaan. Op basis van parallellen in vulling, aflijning en vorm en de aangetroffen vondsten, kan de archeologische site mogelijk gesitueerd worden in de periode vanaf de ijzertijd tot en met de middeleeuwen.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden in totaal 74 spoornummers uitgedeeld. De sporen kwamen verspreid voor over de vier werkputten, maar vooral in het zuiden van het plangebied, op hoger gelegen gebied. Het betreft hier zowel greppels als (paal)kuilen en één natuurlijk spoor.
Verspreid over de verschillende werkputten werden greppelsegmenten aangetroffen. In werkput 1 zijn dit S2, S3, S4 en S8, in werkput 2 zijn dit S13, S22, S25-27, in werkput 3 zijn dit S29, S32, S34, S41 en S49, in werkput 4, ten slotte, zijn dit S53, S55, S62, S64, S73 en S74. De oriëntatie
van deze greppels varieert sterk van noordoost (meest voorkomend), noordwest-zuidoost tot noordoost-zuidwest. Segmenten S4 en S26 en S55 en S62 lijken in elkaars verlengde te liggen.
Deze greppels tonen zich als grijze langwerpige segmenten met bruine vlekken. Deze konden een donkergrijze kleur hebben, wanneer er houtskoolinclusies in de vulling zaten. Verder werden in enkele greppelsegmenten ook ijzerconcreties aangetroffen en, in S9 ook baksteenfragmenten. In S13 werd ook een fragment handgevormd aardewerk aangetroffen (zie onder). De breedte van deze greppels varieerde tussen 30 cm (S32) en 2 m (S8). Verder komen deze greppels niet overeen met de perceelsgreppels te zien op historisch kaartmateriaal zoals de Atlas der Buurtwegen of de Popp-kaart, wat eveneens een andere datering en/of functie doet vermoeden.
Verspreid over het terrein werden kuilen aangetroffen met zeer uiteenlopende diameter en vorm (cirkelvormig, ovaal tot vierkant). Deze werden zowel deels in de putwand aangetroffen als volledig in het vlak. De vulling van deze kuilen was sterk gelijkend op die van de greppels: licht of donkergrijs afhankelijk van de hoeveelheid houtskoolinclusies, met in sommige gevallen ijzerconcreties en/of baksteenfragmenten. S15 leverde eveneens een fragment handgevormd aardewerk op. Van deze sporen werden S23, 28, 30 en 58 gecoupeerd. Al deze coupes vertoonden een komvormig (S23 eerder wigvormig) profiel, al dan niet duidelijk afgelijnd met matig tot veel bioturbatie.
Tijdens het aanleggen van het vlak werden twee fragmenten handgevormd aardewerk aangetroffen ter hoogte van S13 en S15 in Wp2. Het betreft hier scherven dunwandig (S15) en ruwwandig (S13) aardewerk. Een concrete datering kan door de fragmentarische aard van de scherven niet gegeven worden, maar algemeen kan een datering van ijzertijd tot en met de middeleeuwen vermoed worden.
Auteurs: Van Steenlandt, Margo
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)