In het kader van een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag voor de bouw van nieuwe handelsruimten, werd na een positief bureau- en vooronderzoek overgegaan tot een vlakdekkende opgraving van 690 m2. In totaal werden 67 sporen geregistreerd, waarvan 11 sporen natuurlijk van aard bleken. De antropogene sporen omvatten paalsporen, kuilen, brandrestengraven, ploegsporen en recente verstoringen. De zes brandrestengraven dateren in de vroeg- tot midden-Romeinse periode. De aangetroffen bijgiften bestaan uit vaatwerk, sieraden, kledingelementen, nagels en gebruiksvoorwerpen. Op de gecremeerde botresten uit twee graven werd een fysisch antropologische analyse en 14C-datering uitgevoerd.
Bij de aangetroffen sporen zijn er 6 brandrestengraven uit de Romeinse periode. De brandrestengraven waren ovaal tot rechthoekig van vorm en hadden afmetingen van ca. 73 cm bij 1,18 m tot ca. 1,27 bij 2,00 m. Ze bleken nog tot ca. 6 tot 40 cm diep bewaard onder het aangelegde vlak. De doorsneden vertoonden rechte wanden en een vlakke bodem of ze waren licht komvormig. Onder de belangrijkste bijgaven zijn te vermelden: aardewerk (terra sigillata, kruikwaar, handgevormd aardewerk, oxiderend en reducerend gebakken fijne waar en Noord-Frans aardewerk), fibulae, meloenkraal, ijzeren nagels, ijzeren gebruiksvoorwerpen en de mogelijk resten van een gesp. De sporen uit de Romeinse periode zijn globaal in de vroeg- en de midden-Romeinse periode te dateren.
Naast sporen uit de Romeinse tijd blijkt een groot deel van de sporen te dateren in de late middeleeuwen, maar een datering tot in de nieuwe tijd behoort ook tot de mogelijkheden. Over het terrein liepen verschillende ploegsporen.
De sporen uit de nieuwste tijd zijn paalsporen, een kuil en verstoringen die in verband te brengen zijn met de voormalige bebouwing op het terrein.
Auteurs: Moens, Jan; Reyns, Natasja
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: All-Archeo bv