Gedurende het proefsleuvenonderzoek werd er één archeologisch spoor aangetroffen. Het betreft een ondiep bewaarde kuil, waaruit ca. 70 fragmenten verbrande huttenleem werden ingezameld. Op basis van uiterlijk en vondsten is het spoor te dateren in de metaaltijden. Meteen ten zuiden van dit spoor werd een kijkvenster (KV1) aangelegd om de aanwezigheid van archeologische sporen te controleren. Gezien de aanwezigheid van een brandweg ten noorden van de sleuf, was de uitbreiding door middel van het kijkvenster enkel mogelijk naar het zuiden. Hierin werden geen archeologische sporen aangetroffen. Ten westen van S1 en aan het westelijke uiteinde van SL6 waren diepere verstoringen aanwezig en
zijn eventueel aanwezige sporen reeds vergraven. Aangezien de restgeul, die zich ten westen van het onderzoeksgebied situeert, een laag archeologisch potentieel heeft, betreft S1 een geïsoleerd spoor.
Auteurs: Driesen, Petra; Vanaenrode, Willem
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: ARON bvba