Het landschappelijk bodemonderzoek en de profielen bij het proefsleuvenonderzoek toonden een intact Ap-Bt-C bodemprofiel aan met de top van de Bt-horizont tussen 36 cm en 52 cm -mv. Het verkennend archeologisch booronderzoek voor de opsporing van steentijdvindplaatsen leverde geen lithische artefacten of andere archeologische indicatoren op. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd slechts één spoornummer uitgeschreven. Dit komvormige spoor met lichtgrijze vulling en roestverschijnselen is op basis van vulling en vorm geëvalueerd als een natuurlijk spoor (boomval). Er werden bij het onderzoek geen mobiele vondsten of stalen geregistreerd.
Auteurs: Debontridder, Tom
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)