Aan de toegangsweg over het kerkhof naar de kerk van de abdij van Park werden enkele controlesleufjes gemaakt om de dikte van de aanwezige funderingen, verhardingen en grafkelders vast te stellen. Hierbij werden begravingen en funderingsresten aangetroffen. Deze werden gemeld als toevalsvondst.
Onder de toegangsweg werden begravingen aangetroffen. Deze doen zich voor als skeletten in grafkuilen. In de uitgravingen werden vier individuen vastgesteld, maar waarschijnlijk zijn er meer graven aanwezig, en verderop onder de weg nog meer. Het bot is goed bewaard. Er waren enkele kistnagels aanwezig, maar hout of ander vondstmateriaal werd (nog) niet aangetroffen. De graven zijn oost-west georiënteerd en volgen niet de oriëntatie van het huidige kerkhof (anno 1803), wel dat van de kerk (start bouw 1226). De aangrenzende grafkelders van het huidige kerkhof zijn te situeren op het einde van de 19de eeuw.
De eerste in situ skeletten bevinden zich heel ondiep: meteen onder de wegkoffer van het huidige pad. Een deel van de graven is al verstoord door nutswerken in het verleden, maar mogelijk zijn minstens twee van de vier individuen voor 50-75% bewaard. Ze zijn niet opgegraven, dus dit is niet met zekerheid te zeggen. De grafkuilen zijn uitgegraven in de C-horizont; lichtgroenig geel zand met zandsteenbrokken (tertiair substraat). Op basis van de locatie onder de weg voor de kerkingang en de oriëntatie zijn de begravingen waarschijnlijk niet gerelateerd aan het 19de-20ste-eeuwse kerkhof, maar afkomstig van een ouder kerkhof.
Voor het portaal van de abdijkerk werden funderingsresten aangetroffen. Deze bevinden zich voor de huidige trappen van de kerk en zijn opgebouwd uit brokken baksteen, natuursteen en een lichtrozig witte kalkmortel. De aanwezige stenen en toegang van de grafkelders (eind 19de eeuw?) is stratigrafisch jonger. Mogelijk is dit de fundering van een voorportaal of andere kerkfase. De fundering is op sommige plekken vast en op andere erg brokkelig. Misschien is een deel van wat nu als fundering gezien wordt, een deel van het afbraakmateriaal dat ook in de bodem terecht gekomen is. Mogelijk gaat het om twee verschillende fasen. Een deel van een voormalig voorportaal werd verwijderd in de jaren 1940-60 door Lemaire om het romaans portaal terug te tonen. Mogelijk betreft het hier de fundering van dit toen verwijdere portaal is, maar dat is niet helemaal duidelijk. De grafstenen uit de 19de eeuw doen vermoeden van niet, maar mogelijk werden deze verplaatst bij een heraanleg in de 20ste eeuw. Of mogelijk werd het portaal al ingekort in de 19de eeuw.
De archeologische resten werden (voorlopig) in situ behouden. De sleuven werden gedicht en in de oorspronkelijke staat hersteld.
Auteurs: Van Ransbeeck, Lisa
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)