Bij een vlakdekkende opgraving op het binnenterrein van het Ursulinenhof in de historische stadskern van Hasselt werd ca. 1680 m2 onderzocht.
Het oudste spoor betreft een grote, mogelijk als waterkuil te interpreteren kuil uit het einde van de Vroege tot de Midden-IJzertijd. De kuil bevatte secundair gedeponeerd nederzettingsafval, waaronder een grote hoeveelheid handgevormd aardewerk. Andere ijzertijdsporen ontbreken, mogelijk mede door aftopping van het terrein.
Enkele Romeinse aardewerkfragmenten werden uitsluitend in secundaire context aangetroffen.
Vanaf vermoedelijk de 12de eeuw werd het terrein opnieuw in gebruik genomen. Twee parallelle greppels kunnen verband houden met verkaveling, ontginning of afwatering. De meeste middeleeuwse vondsten en sporen dateren uit de late middeleeuwen, met een duidelijke piek tussen ca. 1325 en 1400. Het betreft kuilen, paalkuilen en greppels, maar duidelijke gebouwplattegronden konden niet worden herkend. Diepere kuilen worden als afvalkuilen geïnterpreteerd. Het vondstmateriaal bestaat voornamelijk uit gewoon gebruiksaardewerk en huishoudelijk afval. Een smeedslak uit een 14de-15de-eeuwse greppel bevatte een insluiting van steenkool, maar vormt geen bewijs voor metaalbewerking ter plaatse.
In de nieuwe tijd bleef het centrale binnenterrein grotendeels onbebouwd. Waterputten en diepe 16de-17de-eeuwse kuilen lijken de achtergrens van de straatbebouwing te markeren. Historische kaarten tonen het centrale terrein in de 18de eeuw als een open ruimte, mogelijk gebruikt als stadsakker, moestuin en/of bleekweide.
De jongste archeologische resten houden verband met 19de- en 20ste-eeuwse bebouwing en afwatering.
Auteurs: Meylemans, Erwin
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)