Het bodemprofiel vertoont een sterk antropogeen verstoorde OB-bodem (antropogene ophogings- en vergravinglagen met een dikte van 75 tot 145 cm) met een scherpe overgang naar de natuurlijke C-horizont op leem. Er werden geen relictsporen van natuurlijke bodemvorming of bewaarde A/B-horizonten geattesteerd, wat aantoont dat de bodem voorafgaand aan of tijdens de bouw van de voormalige fabriek gedeeltelijk werd afgegraven en afgetopt.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden in totaal 14 antropogene sporen geregistreerd, verdeeld over drie clusters. Acht sporen behoorden toe tot een smalle 20e-eeuwse kelder: bakstenen muren, een bakstenen vloer en een insteekspoor met baksteenformaat 21 x 10,5 x 6,5 cm in gele kalkmortel, die de onderliggende bodem tot 2 m diepte verstoorde. Van één geïsoleerde onregelmatige kuil (95 x 60 cm) met een grijsbruine leemvulling met baksteenspikkels en houtskool, bleek de datering onbepaald. Één cluster van vijf kleine paalkuilen (doorsnede 20 tot 30 cm) was opgevuld met donkergrijze leem, houtskool en baksteenfragmenten, behorende tot recente paalsporen. Er werden bij het onderzoek geen mobiele vondsten gedaan noch stalen genomen.
Auteurs: Broeckmans, Daan
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)