In zone 2 bleek de bodem diepgaand verstoord door eerdere terreiningrepen en verhardingen, waardoor geen bewaarde archeologische niveaus meer aanwezig zijn.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek in zone 3 werd aardewerk, keramisch bouwmateriaal (onder meer tegula- en imbrex-fragmenten) en slakmateriaal uit de Romeinse periode aangetroffen. Deze vondsten hangen samen met een dicht sporenbestand van bewonings- en mogelijke ambachtelijke activiteiten.
Zone 3 leverde een bijzonder hoge spoordichtheid op. De aangetroffen sporen betreffen overal op het terrein bewoningssporen (vrijwel uitsluitend paalsporen, kuilen en greppels) alsmede diverse omvangrijke (water)kuilen met een mogelijke artisanale functie. Deze sporen vormen een rechtstreekse noordelijke voortzetting van de bewoningszone die in 2024 werd opgegraven op het perceel direct ten zuiden (site Nijlen, Mol-ter-Netebrug). Het ingezamelde aardewerk toont sporen uit de vroege, volle en late middeleeuwen (Langerwehe etc.) aan. Daarnaast werden natuursteen (onder meer maalsteenfragmenten) en smeedslakken aangetroffen.
Auteurs: Schynkel, Evelyn; Hazen, Peter
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)