Het landschappelijk bodemonderzoek registreerde een A-C bodemopbouw met een dikke antropogene humus A-horizont (restant van een plaggenbodem). Er werden geen goed bewaarde B-horizonten of steentijdartefacten aangetroffen.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden op vijf locaties losse vondsten geregistreerd. Het betreft handgevormd aardewerk, waaronder een wandfragment met kamstreepversiering en een rand/wandfragment van een zoutcontainer. Deze scherven dateren uit de metaaltijden tot de Romeinse periode en zijn vermoedelijk samen met plaggen op het terrein gebracht bij de vorming van de antropogene humus A-horizont.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden op 60 tot 80 cm -mv in totaal 26 sporen vastgesteld: 11 kuilen, waarvan 7 langwerpige kuilen (tot 19,8 m lang en 1,3 m breed) geïnterpreteerd zijn als sleufsilo's uit de nieuwe tot nieuwste tijd, 4 drainagebuissporen en 5 ploegsporen met een oriëntatie conform de historische percellering, één recente verstoring en 5 natuurlijke sporen.
Auteurs: Bruggeman, Jordi; Kennis, Jef; Reyns, Natasja
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)