Het landschappelijk bodemonderzoek wees op een matig bewaarde bodemopbouw met twee bodemtypes (Ap-E-Bt in het zuiden en Ap-Bt/C in het hogere noorden) zonder bewaarde paleobodem of aanwijzingen voor steentijdsites. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden 10 antropogene sporen geregistreerd. Het betreft uitsluitend (sub)recente kuilen, funderingen/nutsvoorzieningen en drainagegreppels uit de nieuwste tijd. Er werden geen archeologische grondsporen, mobiele vondsten of monsters aangetroffen.
Auteurs: Malfliet, Lisa; Van Nuffel, Jana
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)