De boringen B20 en B24, gezet in de Abdijtuin ,leverden slechts beperkte informatie op over de vroegere vegetatie. In B20 werden geen herkenbare plantenresten aangetroffen. In B24 waren wel enkele plantenresten aanwezig, waaronder waterranonkel, melganzenvoet en zuring, naast resten van zoetwaterslakken. Deze vondsten wijzen op een vochtig tot nat milieu, met voedselrijke of verstoorde omstandigheden.
In beide boringen was onvoldoende geschikt plantenmateriaal aanwezig voor een 14C-datering.
Auteurs: Allemeersch, Luc
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Ruben Willaert nv