Het landschappelijk bodemonderzoek toonde aan dat de zandbodem over het merendeel van het terrein verstoord is door recente antropogene ingrepen (dikke ploeglaag en verhardingen), waarbij uitsluitend in boring 1 een relict van een podzol B-horizont aanwezig bleek. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd vastgesteld dat de ondergrond diep verstoord is tot in de moederbodem (C-horizont). De aangetroffen sporen betreffen uitsluitend natuurlijke verstoringen en recente landbouwsporen. Er werden bij het onderzoek en de metaaldetectie geen mobiele vondsten gedaan noch stalen genomen.
Auteurs: Willaert, Aaron; Thomson, Alexander; Van Poucke, Wolle
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)