Tijdens het eerdere proefsleuvenonderzoek werden enkele sporen aangetroffen die te interpreteren zijn als de rand van een bewoningssite uit de metaaltijden, die zich verder naar het zuiden uitstrekt. In een houtskoolmeiler werd een wandfragment van handgevormd aardewerk uit de metaaltijden ingezameld.
Op het terrein werden zes rechthoekige tot vierkante houtskoolrijke sporen vrijgelegd en gecoupeerd/bemonsterd, geïnterpreteerd als houtskoolmeilers. Anthracologische analyse en radiokoolstofdateringen toonde aan dat de gebruikte houtsoort in in twee meilers volledig uit eik bestaat. In twee andere meilers bleek eveneens hazelaar en prunus aanwezig. De 14C-dateringen bevestigen dat meilers S8 (12–211 cal. AD), S73 (26–210 cal. AD) en S119 (69–226 cal. AD) in de Romeinse periode dateren. Meiler S120 levert een datering van 160 cal. BC tot 22 cal. AD op (overgang late ijzertijd naar vroeg-Romeinse periode).
De overige op het terrein geregistreerde sporen dateren uit de late middeleeuwen tot de nieuwe tijd. Ze houden verband met agrarisch gebruik en voormalige landindelingen.
Auteurs: Bruggeman, Jordi; Reyns, Natasja
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)