Het bodemprofiel vertoont onder verschillende antropogene lagen (0–58 cm -mv), aangebracht voor de inrichting en egalisatie van het sportterrein, de natuurlijke bodem bestaande uit kleiige afzettingen (2Cg op 58–69 cm -mv) en grof duinzand met schelpen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden geen archeologische sporen geregistreerd.
Er werden in de zandige kleilaag boven het duinzand vijf losse scherven grijs aardewerk met een grove zandige/mica-verschraling ingezameld, gedateerd tussen de 11e en 13e eeuw (volle tot late middeleeuwen). De vondsten wijzen op menselijke aanwezigheid in een ruraal gebruikt polderlandschap, maar kunnen niet aan een spoor worden gekoppeld.
Van de op basis van een verzetskaart uit 1944 verwachte militaire infrastructuur (loopgrachten/veldversterkingen van een klein Duits weerstandsnest) uit de Eerste of Tweede Wereldoorlog werden tijdens het onderzoek en de metaaldetectiescans geen sporen of vondsten aangetroffen.
Auteurs: Germonpré, Femke; Verwerft, Dieter; Roelens, Frederik; Mikkelsen, Jari
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)