Het bodemprofiel toont de overgang naar de moederbodem (Haspengouwleem en lokaal glauconiethoudend tertiair zand) op een diepte van 40 tot 100 cm onder het maaiveld. Tijdens het proefputtenonderzoek werden in totaal 33 antropogene sporen geregistreerd.
De oorsprong van de Sint-Laurentiuskerk gaat terug tot de 12de-13de eeuw, waardoor er een potentieel aanwezig blijft op begravingen uit de volle en late middeleeuwen.
Twee fasen van de historische kerkhofmuur ten noorden van de kerk omvatten de 19de-eeuwse kerkhofmuur en een oudere, minder diep gefundeerde bouwfase die deels hetzelfde tracé volgde. Enkele kuilen werden blootgelegd ten oosten van de kerk.
Binnen het historisch kerkhof werden 22 primaire enkelvoudige inhumatiegraven in gestrekte rugligging aangetroffen. De graven tekenen zich af op één begravingsniveau op de overgang naar de moederbodem (op 80-90 cm -mv ten noorden/westen, op 100 cm -mv ten noordoosten, op 65-75 cm -mv ten oosten en op 40 cm -mv ten zuiden). Van 6 graven kon via houtresten worden vastgesteld dat het kistbegravingen betreft. Er werd een zeer recent graf met restanten van een grafzerk geattesteerd. Het skeletmateriaal is zeer goed bewaard en vertoont een lage tot gemiddelde fragmentatie, wat een zeer hoog fysisch-antropologisch en archeologisch onderzoekspotentieel oplevert. Er werden bij het onderzoek geen mobiele vondsten gedaan noch stalen genomen.
Auteurs: Anoniem; Van Genechten, Ben
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)