waarneming

Academie

archeologisch element
ID
997773
URI
https://id.erfgoed.net/waarnemingen/997773

Beschrijving

De grootschalige opgraving op de voormalige tuinzone van het Augustijnenklooster heeft uitzonderlijk veel interessante archeologische vondsten en verhalen aan het licht gebracht.
Door de grote oppervlakte van het onderzoek (bijna 7400m2), kon een (globaal)zicht verkregen worden op de eerste ingebruikname én de daarmee gepaard gaande grootschalige omvorming door de mens van het oorspronkelijke landschap vanaf de 12de eeuw. Geleidelijk aan werd de oude Leiearm ingeperkt en moest deze locatie plaatsmaken, of beter gezegd, ingeschakeld worden binnen de volop aan de gang zijnde stadsuitbreiding van Gent. De Gentenaars slaagden erin om op korte tijd dit natte gebied op te hogen, te draineren en om te vormen tot een volwaardig stadsdeel, waar vanaf de 13de eeuw bewonings- en andere (meer ambachtelijke) economisch interessante activiteiten, zoals de tijdelijke opslag van vis in savoren, konden plaatsvinden.
De vondst van een unieke en zeer materiaalrijke context, namelijk een 14de-eeuwse kloostervijver die boordevol uitstekend bewaard leer, metaal, aardewerk en dierlijk bot zat, heeft tot een grote kennisvermeerdering gezorgd. Door de studie ervan werd een (in)zicht verkregen in/op heel wat aspecten van de materiële cultuur van de 14de eeuw, de periode die als de ‘gouden eeuw’ van Gent wordt beschouwd. De uitgebreide studie van het handverzamelde dierlijke bot en de talrijke leervondsten hebben heel wat bijgeleerd over bepaalde economische en ambachtelijke activiteiten die op de site of minstens in de buurt ervan hebben plaatsgegrepen. Via de eerste studies van de verschillende materiaalcategorieën konden heel wat aanzetten gegeven worden die verder onderzoek naar economische, materiële, culturele, sociale, religieuze en politieke aspecten van de laatmiddeleeuwse samenleving mogelijk maken.
Een belangrijke economische activiteit die doorheen de tijd op de site plaatsvond, was de invoer en tijdelijke opslag in savoren (visreservoirs) van levende (zoetwater)vis. Hoewel dit voor een nat meersengebied op een oude Leiearm niet meteen hoeft te verbazen, is het wel voor het eerst dat deze economische activiteit binnen het laatmiddeleeuwse stedelijke weefsel, op een dergelijke schaal, archeologisch werd opgegraven. Het lijkt erop dat de 13de-eeuwse fase door de Augustijnen in de 14de eeuw omgevormd en verdergezet werd. Verder onderzoek, met name van het overvloedig aangetroffen visbot in de verschillende contexten van deze site, wordt dan ook ten stelligste aanbevolen.
De opgraving en de verwerking van de gegevens vult een deel van de rijke geschiedenis en ontwikkeling van het Augustijnenklooster aan. Voor de eerste maal werden bakstenen muren (te dateren in de 15de eeuw) van het oorspronkelijke klooster zelf teruggevonden. Daarnaast kon een eerste zicht bekomen worden op de evolutie, inrichting en het gebruik van de kloostertuin. Verder doorgedreven onderzoek van het verzamelde vondstmateriaal en de genomen stalen zou nog meer informatie kunnen opleveren over de materiële cultuur en de eetgewoonten van de toenmalige bewoners. Daarbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen contexten die gelinkt kunnen worden met de Augustijnen en contexten die eerder met de omliggende burgerbewoning kunnen geassocieerd worden.
Tijdens het onderzoek werd ook een stukje van de begraafplaats van het Augustijnenklooster aangesneden. De aangetroffen skeletten vormen nu ook een interessante kennisbron over het verleden. Het stukje begraafplaats roept nog heel wat interessante onderzoeksvragen op. Gaat het, gezien de verschillende meervoudige graven, verschillende oriëntaties en de vele kinderen om een noodbegraving of mogelijk zelfs om een pestkerkhof? Een stabiel isotopenonderzoek van de beenderen kan bijkomende informatie geven over de voedingsgewoonten, de leefomstandigheden en de gezondheidstoestand van de mensen. Via een DNA-onderzoek kunnen mogelijk sporen van de pest of eventuele andere ziektes achterhaald worden.

Auteurs: Bradt, Tomas
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: MONUMENT - VANDEKERCKHOVE

14de eeuw: kloosterfase

Datering: 14de eeuw, eerste helft 15de eeuw
Typologie: afvalkuilen, afwateringsgreppels, beerputten, cultuurlagen, gebouwplattegronden, kloostertuinen, muurresten, stadswoningen, vaatwerk, viskweekvijvers, waterputten
Context: zandruggen
Materiaal: aardewerk, bot (dierlijk), hoorn, hout, keramisch bouwmateriaal, leer, metaal
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Uit de 14de eeuw werden werden drainagegrachten, een grote klooster(vis)vijver van de Augustijnen, een bakstenen woning met haardvloer, bakstenen waterputten, een tonput, talrijke kuilen en een beerbak aangetroffen. Langs de Sint-Margrietstraat werden bovendien resten van twee bakstenen burgerlijke woningen vastgesteld. De 14de-eeuwse kloostervijver vormt de belangrijkste vondstcontext: de dempingslagen bevatten uitzonderlijk goed bewaard en zeer talrijk leer, metaal, aardewerk en dierlijk bot. Vooral de leervondsten en het dierlijke bot bieden veel informatie over consumptie, ambachten en materiële cultuur in het 14de-eeuwse Gent.
De studie van het leer heeft - voor het eerst in Vlaanderen - de bewijzen aangetoond voor een specifieke looimethode van leer, namelijk het zaklooien of tannage au sippage.

17de-eeuwse noodbegraafplaats

Datering: 17de eeuw
Typologie: begraafplaatsen, dierengraven, kindergraven
Context: zandruggen
Materiaal: bot (menselijk)
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Bijzonder is een vermoedelijke 17de-eeuwse noodbegraafplaats. Er konden minstens twee begravingsfasen worden onderscheiden op basis van de verschillende oriëntatie van de graven. Zowel individuele als meervoudige of collectieve begravingen kwamen voor, waarbij opvallend veel kinderen aanwezig waren. Daarnaast werd ook een dierenbegraving vastgesteld.
De jongste begravingsfase, waarbij de begravingen een Z-N oriëntatie hadden, wijst mogelijk op een periode van plotse hoge sterfte, vermoedelijk als gevolg van de pestepidemie die Gent eind jaren 1660 trof. In deze periode waren de Augustijnen - toevallig of niet - actief als pestpaters.

Sporen 12de eeuw: ingebruikname terrein

Datering: 12de eeuw, eerste kwart 13de eeuw
Typologie: cultuurlagen, extractiekuilen, paalkuilen, vaatwerk
Context: zandruggen
Materiaal: bot (dierlijk), grijs aardewerk, Maaslands aardwerk, Rijnlands roodbeschilderd aardewerk
Gebeurtenis:

Beschrijving:
De oudste archeologische fase toont een nog zeer nat landschap waarin een oude Leiearm geleidelijk dichtslibde. In en langs deze afzettingen werden een cultuurlaag, ontginningskuilen en verschillende paalkuilen aangetroffen, waarbij de paalkuilen mogelijk tot een gebouwplattegrond behoorden. Het vondstmateriaal is beperkt en bestaat hoofdzakelijk uit grijs aardewerk, roodbeschilderd aardewerk en Maaslands wit aardewerk, naast enkele fragmenten dierlijk bot. De sporen wijzen op een eerste menselijke ingebruikname van het terrein, onder meer voor landbouwactiviteiten.

Sporen 13de eeuw: bewoningssporen

Datering: 13de eeuw, eerste kwart 14de eeuw
Typologie: afvalkuilen, afwateringsgreppels, haardplaatsen, indicaties voor vakwerkbouw, muurresten, ophogingslagen, paalkuilen, vaatwerk, veldovens, vijvers, vloeren
Context: zandruggen
Materiaal: bot (dierlijk), grijs aardewerk, keramisch bouwmateriaal, leem, metaal, pollen, rood aardewerk, zaden en vruchten
Gebeurtenis:

Beschrijving:
In de 13de eeuw werd het natte gebied systematisch geschikt gemaakt voor gebruik. Verschillende drainagegrachten werden aangelegd en grote hoeveelheden zand werden opgebracht om het terrein op te hogen en land te winnen. Daarnaast zijn duidelijke bewoningssporen aanwezig, waaronder zandlemen vloer- of loopniveaus, paalkuilen, een klein veldoventje en een haardstructuur. Talrijke kuilen bevatten vooral grijs en vroegrood aardewerk, maar ook dierlijk bot en organisch materiaal. Deze fase toont dat het terrein vanaf de 13de eeuw intensiever werd bewoond en dat er ook kleinschalige ambachtelijke of economische activiteiten plaatsvonden.
Vanaf het einde van de 13de eeuw werd de bewoning aanzienlijk intensiever. Naast drainagegrachten en verschillende vijvers zijn zones met opeenvolgende haardvloeren aangetroffen die als resten van vakwerkhuizen worden geïnterpreteerd. Verspreid over het terrein kwamen daarnaast talrijke afval- en gebruikskuilen voor. De combinatie van huizen, haarden, kuilen, vijvers en een vroege bakstenen muur illustreert de overgang van een ontgonnen nat gebied naar een volwaardig stedelijk woongebied. Het vondstmateriaal uit de kuilen en vijvers omvat onder meer aardewerk, dierlijk bot, metaal en organisch materiaal.

Sporen nieuwe tijd

Datering: nieuwe tijd
Typologie: afvalkuilen, beerputten, infrastructuur voor waterbevoorraading en -afvoer, kanalen (infrastructuur), muurresten, ophogingslagen, viskweekvijvers, waterputten
Context: zandruggen
Materiaal: bot (dierlijk), Doornikse kalksteen, hout, keramisch bouwmateriaal, zaden en vruchten
Gebeurtenis:

Beschrijving:
De sporen uit de periode 1450-1700 wijzen op een intensief gebruikt en steeds verder verdicht stedelijk terrein. Kenmerkend zijn talrijke voorzieningen voor water- en afvalbeheer, waaronder ton- en beerputten, afval- en puinkuilen en ophogingspakketten. Het Vaardeken werd met Doornikse kalksteen gekanaliseerd. Een opvallende structuur is een grote, houten beschoeide vijverkom die met het Vaardeken verbonden was en mogelijk als visvijver, bassin of savoor functioneerde. De vele gesloten afvalcontexten en het dierlijk slacht- en consumptieafval getuigen van intensieve bewoning en gebruik van de achtererven.

Sporen nieuwste tijd

Datering: nieuwste tijd
Typologie: kelders, muurresten, perceelsgrenzen, waterputten
Context: zandruggen
Materiaal: keramisch bouwmateriaal
Gebeurtenis:

Beschrijving:
Uit de jongste fasen werden vooral resten van verdere bebouwing en herinrichting aangetroffen. Het gaat onder meer om bakstenen muren, perceels- en scheidingsmuren, verschillende bakstenen waterputten en kelderstructuren. Een deel van de oudere archeologische resten werd hierdoor verstoord. De vullingen van de jongere waterputten waren grotendeels recent en leverden weinig archeologisch relevant vondstmateriaal op.


Relaties

  • Is deel van
    Historische stadskern van Gent

  • Is gerelateerd aan
    Koninklijke Academie voor Schone Kunsten


Je kan deze pagina citeren als: INVENTARIS ONROEREND ERFGOED 2026: Academie [online], https://id.erfgoed.net/waarnemingen/997773 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.