Tijdens het proefsleuvenonderzoek konden in totaal zo’n 24 grondsporen geregistreerd worden. Het gaat hierbij om 8 grachtsegmenten (herleid tot 5 grachten), 5 greppelsegmenten (herleid tot 3 greppels), 3 kuilen, 3 mogelijke paalsporen (herleid tot 1 natuurlijk en 2 paalsporen/kuilen), 4 natuurlijke sporen en 2 sporen die bij nader inzien als drainage konden worden geïnterpreteerd. Door het ontbreken van vondstmateriaal konden de grachten, greppels, kuilen en paalsporen niet rechtstreeks worden gedateerd. De greppels kunnen vermoedelijk worden geïnterpreteerd als afwateringsgreppels die verband houden met het vroegere landgebruik.
Op basis van het historisch kaartmateriaal worden de grachten in het begin van de 19de eeuw gesitueerd.
Auteurs: Boulangier, Jonas; De Keyser, Simon
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)