Tijdens het onderzoek werden 50 archeologisch relevante sporen geregistreerd, bestaande uit 15 greppels/grachten, 30 kuilen en 5 paalsporen, naast 32 natuurlijke en 11 recente verstoringen. De greppels laten zich opdelen in twee hoofdoriëntaties: een NW-ZO georiënteerd parallel greppelpaar en O-W tot NO-ZW georiënteerde greppels, die hoofdzakelijk dienden voor de afwatering van het van nature natte terrein. Er werden tijdens het vooronderzoek geen vondsten of stalen ingezameld, wat mogelijk op een kortstondige menselijke occupatie of gebruik van het terrein wijst. Op basis van de lichtgrijze vulling en de opbouw worden de sporen vermoedelijk in de protohistorie / ijzertijd geplaatst, mogelijk in relatie tot een ijzertijdsite gelegen op 350 m ten noordoosten.
Auteurs: Thuy, Anke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)