Een A-B-C-profielopbouw wees op een schijnbaar intacte eolische zandleembodem. Verkennend archeologisch booronderzoek toonde echter aan dat de bodemopbouw sterk varieert en minder goed bewaard is dan initieel geschat: over een groot deel van de zone ontbreken de Quartaire afzettingen en rust de teelaarde rechtstreeks op het tertiair substraat. Er werden geen prehistorische lithische artefacten of andere archeologische indicatoren aangetroffen. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden ook geen archeologische sporen, structuren of mobiele vondsten aangetroffen. Het geregistreerde spoorbestand bleef beperkt tot een recente huisaansluiting van elektriciteit en een natuurlijke verkleuring.
Auteurs: Vennekens, Wouter; Baeten, Gretel; De Ceuster, Simon; Belis, Brent
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)