Binnen het plangebied werd, naar aanleiding van een omgevingsvergunning voor bouw van een nieuw serrecomplex, een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd.
Om inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw werd een landschappelijk bodemonderzoek uitgevoerd. Het terrein werd onderzocht aan de hand van vier landschappelijke boringen. Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek, werd de kans op goed bewaarde steentijdsites als laag ingeschat.
Tot slot werd het terrein geëvalueerd op aanwezigheid van een sporensite door middel van een proefsleuvenonderzoek. Het proefsleuvenonderzoek
toonde een A-C bodemopbouw aan waarbij de top van de C-horizont eerder werd afgegraven. Daarnaast reikten vele antropogene
verstoringen nog tot in het archeologisch vlak. Het proefsleuvenonderzoek bracht slechts één grondspoor aan het licht. Het gaat om een greppel, die wegens het ontbreken van vondstmateriaal niet gedateerd kon worden. Er werden geen archeologisch relevante vondsten gedaan.
Auteurs: Vergauwe, Ruben; Derweduwen, Natascha
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Raap België bvba; Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)