is deel van de aanduiding als gebied geen archeologie, gewestelijk Gebied 6248
Deze aanduiding is geldig sinds
De afbakening in GIS betreft enkel die zone waar archeologische sporen werden aangetroffen en niet hele zone waar proefsleuven werden getrokken.
Het onderzoek Boom-Krekelenberg II bracht bewoningssporen uit de ijzertijd aan het licht. De oudste sporen dateren er uit de vroege ijzertijd en omvatten een bijgebouw, enkele spiekers en een waterkuil in de centrale, lager gelegen zone. Hoofdgebouwen uit deze periode zijn niet aangetroffen. Op een paalspoor van structuur 1 is een 14C-datering uitgevoerd die het spoor tussen 520 en 380 v.Chr. dateert.
Uit de midden-ijzertijd dateren voornamelijk spiekers, die verspreid, soms per twee geclusterd zijn aangetroffen, in een zone waarin ook solitaire paalsporen en een hoge concentratie kuilen aanwezig zijn. Net zoals in de vroege ijzertijd ontbreken de hoofdgebouwen. Mogelijk is sprake van
een langere bewoningsfase. De datering van de zespalige spieker structuur 13 (ST13) geeft een 14C-datering van 2210 +/- 30 BP, gekalibreerd tussen 390 en 190 v.Chr., ofwel tussen de overgang van de eerste naar de tweede helft van de midden- ijzertijd tot in de late ijzertijd.
Op de overgang van de late ijzertijd naar de vroeg-Romeinse periode ontstaat er een nieuwe bewoningsfase, die zeker geen continuïteit kent met de vorige fase. Deze periode omvat een vermoedelijk volledig erf, met een hoofdgebouw, bijgebouw, meerdere spiekers en een waterput. De bijgebouwen of spiekers zijn geclusterd per twee of drie ingeplant. In oriëntatie zijn alle structuren op het erf afgestemd op dezelfde windrichting. Drie dateringen op de structuren geven een gelijkaardig resultaat. Ze komen uit op 2040 +/- 30 BP, gekalibreerd op 95BC - 5AD (68.2%) en 170 BC – 30 AD (95.4%). Een vierde datering komt 20 jaar jonger uit. Het gaat om de spieker ST02, 2020 +/- 30 BP, 5OBC - 25AD(68.2%), 110 BC - 60 AD(95.4%).
Niet lang na het bestaan van het eerste erf, die zich situeert op de overgang late ijzertijd - vroegRomeinse periode, krijgen we een tweede erf in de vroeg-Romeinse periode. Dit erf bestaat minstens uit een hoofdgebouw. In welke mate er gesproken kan worden van continuïteit, is minder duidelijk. Er is geen overlapping in grondsporen tussen beide fasen.
In totaal werden 2150 fragmenten keramiek verzameld. Niet minder dan 1587 (74%) fragmenten aardewerk komen uit de vulling van een waterput en dus slechts 563 stukken uit de rest van de site. Het valt op dat het grootste deel (86%) van de keramiek op de site ruwwandige keramiek is. Besmeten aardewerk komt relatief weinig voor terwijl gepolijste scherven dubbel zo frequent zijn. Bij de magering of verschraling valt het op dat 95% van de magering bestaat uit potgruis.
Auteurs: Cousserier, Katrien
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Beschrijving:
voldoende sporen zoals paalgaten en kuilen om van een nederzetting te kunnen spreken
uit een aantal van de sporen kwam aardewerk, dit kon gedateerd worden in de ijzertijd (verdere studie is echter nodig)
vroege ijzertijd - vroeg Romeins
Beschrijving:
totaal aantal plattegronden:
-40 spijkers
-2 grote bijgebouwen
-2 hoofdgebouwen
-enkele afvalkuilen
-klein gebouw voor voedselopslag (=spijker?)
Beschrijving:
totaal aantal plattegronden:
-40 spijkers
-2 grote bijgebouwen
-2 hoofdgebouwen
2 erven werden aangetroffen:
-2 boerderijplattegronden, verschillende spijkers en een waterput
Beschrijving:
totaal aantal plattegronden:
-40 spijkers
-2 grote bijgebouwen
-2 hoofdgebouwen
-2 grotere gebouwen
-waterkuil
-enkele spijkers